Welkom bij
Kinderfysiotherapiepraktijk
Corlaer

4-12 jaar

Schrijfproblemen

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool. In groep 3 moeten de kinderen in een relatief korte periode het schrijven onder de knie krijgen. Allerlei factoren spelen hierbij een rol. Het kind moet namelijk niet alleen de letters leren schrijven, hij leert ze ook koppelen aan de bijbehorende klank en de vorm. Er zijn heel wat letters die op elkaar lijken. Daarbij is het van belang dat niet alleen de vorm goed op papier komt, maar ook dat de pen goed vastgehouden wordt om op een effectieve manier de letters op papier te krijgen. Dit moet namelijk niet te slap of te verkrampt en ook niet in een vuist. Tevens moet er gezorgd worden dat de letters niet te groot of te klein worden. Een foutje is dus zo gemaakt. Wanneer de oorzaak van de foutjes ligt bij de uitvoering van de schrijfbeweging kan de kinderfysiotherapeut ingeschakeld worden.

Enkele voorbeelden van schrijfproblemen:

  • mijn kind heeft moeite met bepaalde lettervormen
  • mijn kind schrijft slordig
  • mijn kind schrijft krampachtig en gespannen
  • mijn kind krijgt pijn bij het schrijven
  • het tempo van het schrijven is te laag
  • mijn kind houdt zijn pen op een vreemde manier vast
  • mijn kind is linkshandig en heeft zodoende moeite met schrijven

Door middel van gestandaardiseerd onderzoek wordt gekeken wat de oorzaak is van de schrijfproblemen en wat hiervoor de beste oplossing zou zijn. Hierbij worden het motorische niveau van het kind en eventuele andere onderliggende problemen in kaart gebracht. Soms is alleen advies voldoende. Is er sprake van een motorische oorzaak van het schrijfprobleem, dan is extra begeleiding noodzakelijk. De begeleiding is vaak gericht op het oefenen van de schrijfvaardigheden en de onderliggende problemen. Het behandelplan wordt natuurlijk in overleg met de ouders en het kind opgesteld. Goed overleg met school is hierbij vaak ook vanzelfsprekend.

Sensorische informatieverwerking

Sensorische informatieverwerking is het proces waarbij we als kind leren om allerlei prikkels te onderscheiden en te plaatsen via onze zintuigen.
Al die zintuigen werken de hele dag samen om ervoor te zorgen dat we goed reageren op alles in de omgeving. Ze bestaan afzonderlijk van elkaar, maar moeten als een geheel functioneren. Gebeurt dat niet dan is er sprake van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem.
Kinderen met sensorische informatieverwerkingsproblemen, hebben zintuigen die niet goed samenwerken. Dat heeft invloed op het gedrag, de ontwikkeling en het leren van het kind.
Sensorische informatieverwerking richt zich hoofdzakelijk op de volgende zintuigen: de tastzin, het evenwichtsgevoel, het standgevoel, visueel en auditief. Ze helpen ons om allerlei signalen uit onze omgeving te ervaren, te interpreteren en er op te reageren. Laten we ze een voor een bekijken.

De tastzin bestaat uit het waarnemen van aanraking, pijn, temperatuur en druk op onze huid. Deze signalen bepalen in grote maten hoe we onze omgeving ervaren en beschermen ons tegen gevaren, zoals bijvoorbeeld vuur. Als de tastzin verstoord is kan dit betekenen dat deze signalen te zwak of te sterk worden ervaren. Als de tastzin niet goed werkt, uit dat zich in niet aangeraakt willen worden, de weigering om bepaalde soorten voedsel te eten, en/of om bepaalde kleren niet te willen dragen. Het kan voorkomen dat het wassen van het gezicht als vervelend wordt ervaren, of dat men een hekel heeft aan vieze handen, niet met klei wil spelen, een hekel heeft aan vingerverf. Ook kan het gebeuren dat men dingen alleen met de vingertoppen aanpakt in plaats van met de hele hand. Het kan tevens tot gevolg hebben dat aanraking en pijn verkeerd worden uitgelegd, wat kan leiden tot afzondering, geïrriteerdheid, snel afgeleid zijn en hyperactiviteit.

Het evenwichtsgevoel ontstaat door het evenwichtsorgaan wat zich in het binnenoor bevindt. Het neemt de stand van het hoofd en hoofdbewegingen waar. Storingen aan het evenwichtsgevoel kunnen zich op twee manieren uiten. Kinderen met een overgevoelig evenwichtsgevoel hebben een hekel aan schommelen, schuitje varen, naar beneden glijden en dergelijke. Ze reageren daarop met angstreacties. Dit soort kinderen kan ook moeite hebben met naar boven en naar beneden gaan via een trap of heuvel. Ook houden ze niet van onregelmatige oppervlakten en kunnen ze onhandig overkomen. Anderzijds zijn er ook kinderen met een ondergevoelig evenwichtsorgaan. Dit soort kinderen zoekt juist allerlei intense bewegingservaringen op, zoals heel druk bewegen, springen en rondtollen. Ook kan het voorkomen dat ze met hun hoofd liggen te draaien of steeds nee schudden.

Het standgevoel is het gevoel waarbij we onbewust de stand van onze ledematen weten zonder die te zien. Het standgevoel geeft onze hersenen de signalen die het mogelijk maken om in een stoel te zitten en gemakkelijk ergens over heen te stappen. Het helpt ons ook om te kunnen schrijven met een pen, soep te eten met een lepel en knopen vast te maken. Dat het standgevoel niet goed werkt, uit zich in onhandigheid, een neiging om vaak te vallen, het aannemen van ongebruikelijke houdingen, het als kind niet willen kruipen en/of op een slordige manier eten. Problemen met het standgevoel hebben ook invloed op het uitvoeren van motorische taken.

Visueel: Kinderen zijn snel afgeleid door wat ze om zich heen zien en knipperen veel met de ogen bij fel licht. Ze hebben tevens problemen met oogcontact maken.

Auditief: Kinderen vertonen een heftige reactie door handen voor hun oren te houden op onverwachte, harde geluiden. Ze zijn snel afgeleid door geluiden in de omgeving (ze kunnen bijvoorbeeld niet werken met achtergrondgeluiden). Kinderen reageren niet wanneer hun naam wordt geroepen, ondanks goed gehoor.

Problemen met sensorische informatieverwerking kunnen zich op velen manieren uiten. Het kind kan hyperactief zijn of juist weinig bewegen en snel moe worden. Bij sommige kinderen zie je juist een afwisseling tussen hyperactief en inactief zijn. Storingen in de grove en fijne motoriek komen vaak voor en kunnen ook leiden tot spraak problemen en matig intellectuele prestaties. In hun gedrag kunnen kinderen impulsief zijn en snel afgeleid worden. Ook kunnen ze moeite hebben om activiteiten te plannen en organiseren. Sommige kinderen kunnen erg heftig reageren op nieuwe situaties met frustratie, agressie en teruggetrokkenheid.

Developmental coördination disorder (DCD)

DCD is een afkorting voor het Engelse woord Development Coordination Disorder, dit betekent in het Nederlands een stoornis van de bewegingscoördinatie. Kinderen die hier last van hebben kunnen problemen hebben met aanleren van de eenvoudigste vaardigheden, zooals tandenpoetsen, veters strikken, schrijven of koprollen.

De kinderfysiotherapeut kan uw kind helpen met het aanleren deze vaardigheden en de grove en fijne motoriek stimuleren.

Autisme spectrum stoornis

Kinderen met  ADHD hebben een grote bewegingsdrang en hebben vaak moeite met het controleren van hun bewegingen. Dit kan de motoriek soms negatief beïnvloeden. Ditzelfde geldt voor kinderen met ASS.

De kinderfysiotherapeut kan hulp bieden bij het controleren van bewegingen door middel van oefentherapie gericht op de hulpvraag van het kind.

Orthopedische klachten

Kinderen op de basisschool kunnen ook last krijgen van spieren of gewrichten, dit noemen we kinderorthopedie. Mogelijk door veel sporten, buitenspelen of vallen. Denk hierbij aan pijn aan de hak, hiel of knie, pijn na een gipsperiode of pijn na een botbreuk en/of operatie. Als u uw kind veel hoort over gewrichts- of spierklachten is het aan te raden eens een afspraak te maken met een kinderfysiotherapeut.

De kinderfysiotherapeut kan uw kind onderzoeken. Met tips, adviezen en oefeningen kan er veel bereikt worden met klachtenvermindering tot resultaat. De kinderfysiotherapeut kan helpen met een voorspoedig herstel.

Houdingsproblemen

Onderuit zitten tijdens het spelen op de iPad of niet rechtop kunnen zitten in de klas zijn veel voorkomende houdingsproblemen bij kinderen. Vaak klagen kinderen over een moe gevoel of pijnlijke rug.

De kinderfysiotherapeut kan door middel van oefeningen de buik- en rompspieren versterken die nodig zijn om een goede houding aan te nemen.

Overgewicht

Het is belangrijk om goed te eten en voldoende te bewegen. Bij sommige kinderen lukt dat niet en mogelijk is het gevolg overgewicht. Dit kan zorgen voor lichamelijke klachten, kortademigheid of niet mee kunnen komen met gym.

Samen met de kinderfysiotherapeut kun je aan de slag om te sporten en je fitter te voelen.